Elke koersbeweging draagt een naam. Drie meetlatten — momentum, tijd en vorm — vertalen SPY naar een noordse mythe, van de eerste rimpeling tot Ragnarök zelf.
Eén meetlat, van piek tot afgrond. Boven klimt de kalme ascensie, in het midden staat de markt stil, onder valt hij weg naar de exit.
Korte termijn. Meet de grootte van een beweging binnen een vast, kort venster — wat er nu gebeurt.
| Trede | Drempel · 5 min |
|---|---|
| Micro · Ratatoskr | 0,01 – 0,03% |
| Mild · Rán | 0,03 – 0,08% |
| Trede | Drempel · 5 min |
|---|---|
| Micro · Vedrfölnir | 0,01 – 0,03% |
| Mild · Njord | 0,03 – 0,08% |
| Venster | Band | Tempo-ondergrens |
|---|---|---|
| 5 min | 0,08 – 0,50% | 0,08% / 5m |
| 10 min | 0,16 – 0,50% | 0,08% / 5m |
| 15 min | 0,24 – 0,50% | 0,08% / 5m |
| 20 min | 0,32 – 0,50% | 0,08% / 5m |
Rechte helling als toegangseis, vast plafond als deksel — hoe langer je meet, hoe smaller de tempo-band en hoe zuiverder de trend.
Baldr en Fjalar zijn spiegelbeeldige snelle waarschuwingen — dezelfde band, tegengestelde richting. Voorrang: Ragnarök → Fjalar → Fenrir omlaag, Baldr → Thor omhoog, zodat het alarm boven gewoon momentum vuurt maar onder de exit blijft.
Lange termijn, gemeten over 15–30 minuten — niet de grootte maar het volhouden. Odin en Hel worden vóór Draupnir en Nidhogg beoordeeld, dus de banden overlappen bewust: in de overlapzone claimt het sterkere thema de beweging en glipt er geen klein signaal doorheen.
| Venster | Draupnir | Odin ✦ | Overlap |
|---|---|---|---|
| 15 min | 0,08–0,15 | 0,12–0,22 | 0,12–0,15 |
| 20 min | 0,11–0,20 | 0,17–0,27 | 0,17–0,20 |
| 25 min | 0,14–0,25 | 0,22–0,32 | 0,22–0,25 |
| 30 min | 0,17–0,30 | 0,27–0,37 | 0,27–0,30 |
| Venster | Nidhogg | Hel ✦ | Overlap |
|---|---|---|---|
| 15 min | 0,08–0,15 | 0,12–0,22 | 0,12–0,15 |
| 20 min | 0,11–0,20 | 0,17–0,27 | 0,17–0,20 |
| 25 min | 0,14–0,25 | 0,22–0,32 | 0,22–0,25 |
| 30 min | 0,17–0,30 | 0,27–0,37 | 0,27–0,30 |
Vaste helling als toegangseis: ondergrens +0,03%/5min, plafond +0,05%/5min. Beoordeel zwaarste eerst — Odin vóór Draupnir, Hel vóór Nidhogg — zodat de overlapzone altijd naar het sterkere thema valt en geen kleiner signaal doorkomt.
Richtingloos of omkerend — geen grootte maar een patroon.
Frigg en Víðarr zijn spiegelbeelden op de conditie-laag: Frigg is het stille einde van een stijging (afvlakking, geen omslag), Víðarr de beslissende ommekeer van een daling. Beide zijn zachte context-meldingen, geen actie-signaal — houd ze laag in de prioriteitsvolgorde.
Elke as loopt van rimpeling naar uiterste. Matchen er meerdere thema's tegelijk, dan bepaalt de beoordelingsvolgorde welke het systeem als hoofdsignaal meldt.
Twee mechanismen laten de thema's met elkaar praten. Disable rules onderdrukken lichtere thema's en dwingen de beoordelingsvolgorde af. Replacement rules herlabelen op basis van sequenties en condities — ze bouwen de brug tussen de momentum- en de tijd-as.
Elke zware regel noemt expliciet álle lichtere thema's die het onderdrukt — plat, niet ketenend. Dat is bewust: het systeem doet binnen één bar één ronde, dus vertrouwen op doorketening zou onbetrouwbaar zijn. Víðarr heeft geen disable-regel — die reversal-kans wil je juist náást andere signalen zien.
De backend eist drie verschillende thema's per regel: AAA gevolgd door BBB wordt CCC, met aaa ≠ bbb ≠ ccc. "Twee dezelfde achter elkaar" kan dus niet — elke regel is een échte sequentie van twee verschillende thema's. Uitzondering: aaa = ccc mág, wat terugdraai-regels mogelijk maakt.
Ketenen voor bevestiging, direct voor actie. Replacements ketenen over bars met minstens één 5M-bar vertraging per schakel. Voor trage promotie (Njord→Thor⇒Odin) is dat prima of zelfs gewenst; voor de exit houd je het bij één schakel (Fenrir→Fjalar⇒Ragnarök), zodat je die minuten niet verliest.
Drie verschillende thema's per regel. De backend eist aaa ≠ bbb ≠ ccc, dus elke regel is een sequentie van twee verschillende thema's. Alleen aaa = ccc mag — dat is precies wat de terugdraai-regels benutten om ruis binnen een trend uit te gommen.
Let op occurrence-gaten. Een weg-vervangen thema telt op dat bar niet mee in zijn eigen occurrence-geschiedenis. Meestal correct — maar als een teller ooit "te laag" lijkt, kijk hier eerst.
Test in Theme Research. De forward-replay gebruikt exact dezelfde replacement-logica als live. Replay een dag waarvan je weet dat de sequentie erin zit en controleer of de vervanging op de verwachte bar valt.
Uitgangspunt: daytrading long. Dan vervullen de thema's twee functies — een handvol stuurt je naar binnen, de rest beschermt je positie of laat je wachten. Entry-signalen zijn schaars, risico-signalen talrijk. Dat is geen tekortkoming maar precies hoe een systeem hoort te werken.
Waar je gevoel klopt: van de dertien richting-thema's sturen er maar een paar je actief naar binnen — vooral Thor en Odin, met Draupnir als tragere variant en Víðarr als reversal-kans. De meeste andere thema's zijn er om je te beschermen of te laten wachten. Je entry-signalen horen schaars te zijn, je risico-signalen talrijk.
Scherp geformuleerd: voor long-entries leun je op Thor en Odin (en Víðarr op de kentering); voor het beschermen van die longs op Baldr, Fjalar, Fenrir, Hel en Ragnarök. De eerste helft maakt geld, de tweede houdt het vast — beide zijn essentieel.
Let op de aanname: dit geldt voor puur long handelen. Zou je ook short gaan, dan worden Fenrir, Hel en Ragnarök ineens óók entry-signalen in plaats van alleen exits, en wordt het systeem symmetrisch in gebruik. Handel je bewust alleen long, dan is de neerwaartse helft puur je risicobeheer.
Zeventien namen, elk met een wortel in de mythe en een plek in het systeem. Van de havik hoog in de wereldboom tot de ondergang in zee en vuur.
De havik die tussen de ogen van de adelaar hoog in Yggdrasil zit, boven de negen werelden. Hij overziet alles maar beweegt nauwelijks. In het systeem is hij de kleinste opwaartse tik — ruisniveau, te klein om op te handelen. De lucht klaart licht op, meer niet.
Vanengod van de zee, de wind en de welvaart van zeevaarders; hij brengt de gunstige bries die schepen vooruithelpt. Hier markeert hij de milde onderstroom omhoog (0,03–0,08% / 5 min): de stroming is licht positief. Informatief, nog geen signaal — de wind steekt zachtjes op.
Odins gouden ring die elke negende nacht acht nieuwe ringen laat druppelen: rijkdom die zichzelf stil vermenigvuldigt. In het systeem is hij de trage, gestage opbouw omhoog — geen uitbarsting maar compounding. Waarde die zich langzaam opstapelt zolang het tempo aanhoudt.
De Alvader, heer van wijsheid en gezag; hij offerde een oog en hing negen dagen aan de wereldboom voor kennis. Als thema is hij de beheerste, krachtige opmars — sterker dan Draupnir, maar waardig en aanhoudend in plaats van roekeloos. Een trend met autoriteit die zijn tempo volhoudt.
Dondergod met de hamer Mjölnir, beschermer van goden en mensen. Direct, krachtig, zonder omwegen. Hier is hij de felle opwaartse stoot (≥0,08% / 5 min): momentum dat in een kort venster toeslaat. Geen sluipende opbouw maar een klap omhoog.
De mooiste en meest geliefde god, schijnbaar onkwetsbaar — tot de vergeten maretak hem doodt. Zijn kracht is valse zekerheid. In het systeem is hij het top-signaal: een verdacht perfecte stijging (0,25–2,0% op 5 of 10 min), verticaal en zonder terugtest. Juist wanneer niemand risico ziet, is het risico maximaal.
De eekhoorn die langs Yggdrasil op en neer rent en beledigingen overbrengt tussen de adelaar bovenin en Nidhogg beneden. Constant in beweging, weinig van betekenis. Hier is hij de kleinste daling — ruis, geen signaal. Gebabbel, geen boodschap.
De zeegodin die met haar net verdronken zeevaarders naar de diepte trekt — de andere kant van Njords zee. In het systeem is zij de milde daling (0,03–0,08% / 5 min): de onderstroom zakt zachtjes weg. Klein en rustig, geen handelssignaal — alleen toon.
De draak die onafgebroken aan de wortels van Yggdrasil knaagt, diep onder de wereld. Geen klap, maar erosie die maar doorgaat. Als thema is hij de trage, gestage daling omlaag: de steun wordt niet gebroken maar weggevreten. Het spiegelbeeld van Draupnirs opbouw.
Loki's dochter, heerseres over het gelijknamige dodenrijk; half levend, half lijk. Haar rijk is de afdaling zelf — koud, gestaag, onafwendbaar. In het systeem is zij de sterkere, beheerste daling tussen erosie en losbarsting in: het wegzakken versnelt, maar zonder paniek.
De reuzenwolf, geketend met het lint Gleipnir tot hij bij Ragnarök losbreekt en Odin verslindt. Al zijn energie zit opgesloten tot hij losbarst. Hier is hij de felle daling met momentum (≥0,08% / 5 min): het roofdier komt op snelheid — geen sluipen, een aanval.
De rode haan die in het reuzenwoud kraait om de reuzen te wekken bij het aanbreken van Ragnarök — het allereerste teken van het einde. In het systeem is hij het vroege alarm: een scherpe drop (0,25–2,0% / 5 min) die een verdere val kán aankondigen. Een waarschuwing, geen bevestiging.
Het voorbestemde einde: goden en monsters vernietigen elkaar, de wereld verzinkt in zee en vuur en herrijst daarna vernieuwd. Het zwaarste thema, je harde exit: een daling van ≥0,40% die over de langere horizon dóórzet. Niet de schrik van één moment, maar de ondergang die zich voltrekt.
De Midgaardslang, zo groot dat hij de hele wereld omspant en in zijn eigen staart bijt. Enorme kracht, geen richting. Als thema is hij de range: hoge grens, lage grens, terug naar het midden. Geen edge — wachten tot de slang zijn staart loslaat.
Het dunne maar onbreekbare lint waarmee de goden Fenrir bonden, gesmeed uit zes onmogelijke dingen. Alle kracht zit erin opgesloten. In het systeem is hij volatiliteitscompressie: de opgespannen veer vlak vóór een breakout — spanning die zich opbouwt tot iets breekt.
De zwijgende god die de hele Ragnarök niets doet — tot hij op het beslissende moment de muil van Fenrir openscheurt en Odin wreekt. Eén handeling keert de uitkomst. Als thema is hij de scherpe ommekeer: een zware daling die wordt gebroken door een beslissende tegenbeweging.
Odins gemalin, godin van huwelijk en moederschap, en de enige die het lot van allen kent — maar er nooit over spreekt. Ze voelt Baldrs einde aankomen en zwijgt. Als thema is zij het stille voorteken: na een aanhoudende stijging vlakt de opmars af, het opwaartse tempo ebt weg zonder om te slaan in een daling. Geen luid alarm zoals haar zoon Baldr, maar een fluistering dat de klim op zijn eind loopt — een zachte context-melding, geen actie.